Ader Lijden
Oppervlakkige spataders
Veneus lijden ontstaat door een verzwakking van de aderwand, waardoor deze uitzet en de kleppen niet goed meer sluiten. Er ontstaat terugstroom met als gevolg een spatader waarin het zuurstofarme bloed zich ophoopt. Spataders zijn de meest voorkomende vaataandoening aan de benen: ze staan op de derde plaats in de lijst van chronische ziekten, na diabetes en hart- en vaatziekten.


Diagnose
Een duplex-onderzoek, een niet-invasieve test waarbij de arts met een sonde het verloop van de bloedvaten scant en de bloedstroom meet, wordt uitgevoerd om de verminderde klepwerking te meten.

Behandeling
Tot op heden wordt algemeen aangenomen dat patiënten met symptomatische spataders het best behandeld worden met het volledige verwijderen van de zieke ader vanaf de lies tot aan de knie of enkel (=strippen).
Bij de klassieke stripping wordt onder epidurale of algemene verdoving een draad in de zieke ader geschoven vanuit de knie of enkel naar de lies toe. Ter hoogte van de lies wordt de verbinding van de spatader naar de diepe ader afgebonden en wordt de spatader vervolgens uitgetrokken. Twee totaal nieuwe en minimaal invasieve benaderingswijzen zijn de radiofrequentie ablatie (RFA) en de endoveneuze laser therapie (EVLT). Bij de RFA, ook wel de VNUS-procedure genoemd, wordt de ader als het ware dichtgesmolten met behulp van een endovasculaire catheter die verhit wordt tot 85°C. Bij de EVLT wordt met behulp van laser de binnenkant van de ader bewerkt waardoor die als het ware van binnenuit verschrompeld. Bij beide technieken is het mogelijk dat voor de resterende lager gelegen takken een klassieke stripping of een aanvullende sclero- of thermocoagulatie therapie dient te gebeuren.
Stripping
Radiofrequentie ablatie

Nazorg
Na de ingreep, worden de eventuele kleine wondjes thv de huid met steristrips dichtgekleefd. Er wordt gedurende 24 uur een elastisch compressieverband aangelegd en nadien volgt een compressiekous klasse 2 voor nog een 2-tal weken. Bij de klassieke stripping moet rekening gehouden worden met een werkombekwaamheid van ongeveer 3 weken, terwijl die bij de VNUS of EVLT beperkt is tot 3 dagen.