Alle afspraken via 052/ 25 25
05 (afsprakenbureau AZ Sint-Blasius)
| |
Dr. M.
Bosiers
|
Dr. M. Vermaercke |
Dr. J.
De Waele |
Dr. K.
Deloose |
| Maandag |
Hamme
18:00 - 20:00 |
Temse
08:00 - 20:00 |
Zele
12:00 - 14:00 |
Dendermonde
14:00 - 17:00 |
| Dinsdag |
Dendermonde
09:00 - 12:30 |
|
Sint-Niklaas
09 :00 - 12:00 |
Appels
16:00 - 18:30 |
| Woensdag |
|
Temse
08:00 - 12:00 |
Dendermonde
08:30 - 11:30 |
Dendermonde
14:00 - 17:00 |
| Donderdag |
Dendermonde
10:00u - 12:00
13:30 - 16:00 |
|
Zele
13:00 - 16:00 Sint Niklaas
18:00 - 20:00 |
Appels
19:00 - 21:00 |
| Vrijdag |
|
Dendermonde
09:00 - 17:00 |
|
Zele
12:30 - 15:30 |
Bij een eerste een consultatiebezoek op de dienst Vaatheelkunde, meestal
na verwijzing door de huisarts of door een ander specialisme, gaat
de vaatarts de aard en de ernst van de klachten na en onderzoekt of
deze veroorzaakt zijn door problemen met de (slag)aders. Naast
een vraaggesprek voert de arts ook een aantal tests uit. Indien
de klachten zich voordoen in de benen wordt o.a. het verschil tussen
de bloeddruk in de arm en die in het been bepaald. Dit is de enkel-arm-index
(EAI) en die geeft aan of de slagaders veel of weinig vernauwd zijn.
Indien er geen verschil in bloeddruk kan gemeten worden is de bloedstroom
door het been normaal.
Er wordt ook een duplexonderzoek uitgevoerd. Hiermee wordt met
een meettoestel op de huid gemeten hoe snel het bloed stroomt door
de slagader. De snelheidsverandering geeft nauwkeurig de locatie
en de ernst van de vernauwing weer. Zo kan de arts zich op een niet-invasieve
manier een nauwkeurig beeld vormen van de situatie.
Indien een vernauwing is vastgesteld wordt een MR-scan (Magnetische
Resonantie) uitgevoerd. Dit niet-invasief onderzoek toont het netwerk
van slagaders en de locatie en ernst van de letsels.
Op basis van deze onderzoeken wordt een behandelingsplan opgesteld
en wordt, indien nodig, advies gegeven om de levensstijl aan te
passen. De vaatarts geeft steeds een brief mee voor de huisarts
waarin beschreven staat wat de bevindingen zijn van de onderzoeken
en wat het eventuele behandelingsplan is. Indien een ingreep dient
uitgevoerd te worden vermeld de brief ook welke onderzoeken door
de huisarts dienen uitgevoerd te worden voor de opname in het ziekenhuis.
Ook na de ingreep is regelmatige controle door de vaatarts belangrijk.
Standaard wordt gevraagd om na 1 maand, na 6 maanden en na 1 jaar
op controlebezoek terug te komen. Op deze manier kan nauwkeurig
het effect van de behandeling gevolgd worden en kan, indien nodig,
het behandelingsplan tijdig aangepast worden. |